Relevant

Relevant

Overzicht en wijzingen 2014

OVERZICHT EN WIJZIGINGEN  IN 2014 MET FINANCIËLE IMPACT

EENMALIGE TERUGGAAF SOCIALE PREMIES IN 2014

Als werkgever krijgt u dit jaar een eenmalige teruggaaf van de basispremie arbeidsongeschiktheidsfonds (AOF). Deze teruggaaf wordt uiterlijk 31 januari 2014 aan u betaald en bedraagt 28,82% van de reeds betaalde AOF-premie in 2013. De premie bedraagt in 2013 4,65% van de loonsom.

GEDIFFERENTIEERDE PREMIE WGA WORDT GEDIFFERENTIEERDE PREMIE WHK PER 1 JANUARI 2014

De gedifferentieerde premie Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) gaat per 1 januari 2014 op in de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (WHK), die daarnaast bestaat uit premies voor flexwerkers. De gedifferentieerde premie WHK bestaat uit de volgende delen:

  • premiedeel WGA-vast;
  • premiedeel WGA-flex;
  • premiedeel ZW-flex.
 

U krijgt van de Belastingdienst een beschikking met het totaalpercentage en de drie premiepercentages, die voor u zullen gelden. Het premiedeel WGA-vast is gelijk aan de huidige gedifferentieerde premie WGA. De andere premiedelen zijn het gevolg van het doorbelasten van ZW (Ziektewet)- en WGA-uitkeringen van flexwerkers, die zijn ontstaan vanaf 2012.

Voor de berekening van de gedifferentieerde premie WHK komt er een nieuwe categorie werkgever bij, namelijk de middelgrote werkgever. Binnen elke werkgeverscategorie komt de premie op een andere manier tot stand:

  • Kleine werkgevers hebben een premieplichtig loon dat maximaal 10 keer het gemiddelde premieplichtige loon is (< € 307.000,-). Zij betalen een premie per sector.
  • Middelgrote werkgevers hebben een premieplichtig loon dat meer dan 10 keer en maximaal 100 keer het gemiddelde premieplichtige loon is (€ 307.000,-  tot en met € 3.070.000,- ). Zij betalen het gewogen gemiddelde van een premie per sector en een individuele premie.
  • Grote werkgevers hebben een premieplichtig loon dat meer is dan 100 keer het gemiddelde premieplichtige loon (> € 3.070.000,- ). Zij betalen een individuele premie.

De minister van Sociale  Zaken en Werkgelegenheid stelt het gemiddelde premieplichtige loon vast.

PREMIEKORTING VOOR JONGERE MEDEWERKER

Let op, indien u een jongere medewerker tussen 1 januari 2014 en 31 december 2015 in dienst neemt.

U ontvangt dan een premiekorting als deze medewerker tussen de 18 en 27 jaar is én een WW- of bijstandsuitkering heeft. U dient hem/haar wel minimaal een halfjaarcontract voor minimaal 32 uur per week aan te bieden.

Na de toekenning van uw aanvraag krijgt  u een premiekorting van € 3.500,-  per jaar. Voor jongeren die u in dienst neemt vanaf 1 januari 2014, ontvangt u de premiekorting vanaf 1 juli 2014. Van 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 bedraagt de premiekorting dan € 1.750,- . U ontvangt de premiekorting maximaal 2 jaar.

PREMIEKORTING OUDERE MEDEWERKER

U ontvangt in 2014 een premiekorting voor medewerkers die 50 jaar en ouder zijn en die uit een uitkeringssituatie komen. Deze premiekorting bestond al en is dus geen wijziging. We noemen hem, omdat deze mogelijkheid vaak vergeten wordt. Let wel, de mede werker moet wel uit een uitkeringssituatie komen.

U mag de medewerker na 2 maanden dienstverband vragen of hij voorafgaand aan het dienstverband een uitkering heeft genoten. De medewerker is dan verplicht u hiervan op de hoogte te stellen.

De kortingen kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast en de hoogte bedraagt bij een fulltime dienstverband € 7.000,-  per jaar.

WIJZIGING BEREKENING DAGLOON ZWANGERSCHAPSVERLOF

Per 1 juni 2013 is de berekening van het dagloon voor de WAZO-uitkering (uitkering bij zwangerschapsverlof) aangepast. Het dagloon wordt berekend aan de hand van een referteperiode in plaats van de maand voorafgaand aan het verlof. Dit betekent, dat het WAZO-dagloon in sommige situaties lager kan uitkomen dan het bruto dagloon wat de medewerkster gewend is vanuit de dienstbetrekking. U bent als werkgever verplicht om 100% van het WAZO-dagloon door te betalen..

AFDRACHTVERMINDERING ONDERWIJS WORDT SUBSIDIEREGELING

De afdrachtvermindering onderwijs verdwijnt met ingang van volgend jaar. Hiervoor in de plaats komt vanaf 1 januari 2014 de subsidieregeling praktijkleren. Biedt u leer-werkplekken aan, dan is het verstandig hier nu alvast rekening mee te houden, want niet voor alle leerling-medewerkers heeft u dan recht op subsidie. Voor sommige bestaande leer-werktrajecten geldt een overgangsregeling.

U kunt in 2014 subsidie krijgen voor:

  • Een leer-werkplek voor leerlingen in het mbo die een beroepsbegeleidende leerweg volgen (BBL),
  • Studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief agro), bestaande uit een combinatie van leren en werken.
  • Medewerkers aan wie maatschappelijk de meeste behoefte bestaat, zoals studenten, onderzoekers, ontwerpers en promovendi in bepaalde vakgebieden.

Voor bepaalde doelgroepen, zoals mbo-studenten die een beroepsondersteunende leerweg (BOL) volgen of vmbo-leerlingen die een leer-werktraject volgen, komt u niet meer in aanmerking voor de subsidieregeling praktijkleren.

De overheid heeft de beschikking over een vast bedrag voor subsidie. Dit betekent dat u de subsidie moet delen met andere werkgevers die de subsidie ook aanvragen. Hierdoor kan de subsidie een stuk lager uitkomen dan u gewend bent. Ook moet u de subsidie zelf aanvragen. Dit doet u na het einde van het schooljaar. U vraagt de subsidie aan bij het Agentschap NL. Deze aanvraag dient uiterlijk 15 september 2014 vóór 17.00 uur te zijn ingediend.

EENMALIGE WERKGEVERSHEFFING HOGE LONEN OOK IN 2014

De eenmalige crisisheffing in 2013 blijkt niet zo eenmalig te zijn als vooraf werd aangegeven. In 2014 moet u namelijk opnieuw 16% eindheffing betalen over het salaris van medewerkers dat hoger ligt dan € 150.000,-. Het bedrag dat boven de € 150.000,- uitkomt, komt in aanmerking voor de eindheffing. U moet deze eindheffing in maart 2014 berekenen en uiterlijk in april 2014 betalen.

U kunt overwegen om bezwaar (wederom) te maken in 2014.

WERKKOSTENREGELING

Zoals het er nu voorstaat, zal de regeling per 2015 voor alle werkgevers verplicht worden. Er gaan geruchten dat dit mogelijk verder uitgesteld kan worden tot 2016. Wij raden u wel aan om het onderzoek en de voorbereidingen niet langer uit te stellen.

VERHOGING VAN DE AOW-LEEFTIJD

Vanaf 2013 is de AOW-leeftijd aan het opschuiven. Zo startte de AOW dit jaar pas één maand, nadat de medewerker 65 jaar is geworden. In 2014 zal dit twee maanden zijn.

Let op dat de ingangsdatum van het pensioen niet altijd  meer synchroon loopt met de AOW-ingangsdatum. Mogelijk verwacht u dat uw medewerker bij zijn AOW-gerechtigde leeftijd vanzelf uit dienst zal gaan, terwijl de medewerker nog plannen heeft om bij u te blijven werken.